Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 januari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over het voorhanden hebben van een bewerkte alarmrevolver, waarbij de vraag speelde of deze als vuurwapen kan worden aangemerkt volgens de Wet wapens en munitie (WWM).
De verdachte stelde een cassatiemiddel in, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uren naar 171 uren, en de vervangende hechtenis van 90 dagen naar 85 dagen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis, en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 13 januari 2026.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 171 uren en de vervangende hechtenis naar 85 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.