Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag van 20 mei 2025, waarin het hof de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en MaasWonen op de cumulatiegrond (i-grond) heeft bevestigd. De procedure betreft een arbeidsrechtelijke kwestie waarbij de stelplicht van de werkgever en de motivering van het ontbindingsverzoek centraal stonden.
De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker over de beschikking van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en verzoeker veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 905 aan verschotten en € 1.800 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.