ECLI:NL:HR:2026:593

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
25/01799
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:941 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in verzekeringsrechtelijke zaak over persoonlijk onderzoek door verzekeraar

In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 februari 2025, waarin een geschil over verzekeringsrecht en het persoonlijk onderzoek door de verzekeraar centraal stond. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant en het arrest van het hof voor het geding in feitelijke instanties.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaten van eiser schriftelijk hebben gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet nader omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van € 10.708,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Het arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/01799
Datum10 april 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: M. van Tiel en M.J. van Basten Batenburg,
tegen
KLAVERBLAD SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Klaverblad,
advocaat: J. Streefkerk.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/369260 / HA ZA 21-224 van de rechtbank Oost-Brabant van 2 juni 2021, 15 februari 2023 en 15 november 2023;
b. het arrest in de zaak 200.338.495/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 februari 2025.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Klaverblad heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Klaverblad toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klaverblad begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
10 april 2026.