Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een B.V., voerde in cassatie beroep tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de door haar verschuldigde omzetbelasting over diverse tijdvakken verwierp.
De zaak betrof de vraag of magische truffels kwalificeren als levensmiddelen voor menselijke consumptie in de zin van art. 9, lid 2, letter a, Wet OB en de BTW-richtlijn, en daarmee onder een verlaagd tarief vallen. Belanghebbende stelde dat de truffels onder het verlaagde tarief vielen, terwijl de fiscus dit betwistte.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2026:450) waarin de gronden voor afwijzing van het cassatieberoep zijn uiteengezet. Op basis daarvan verklaart de Hoge Raad het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Het arrest bevestigt het rechtszekerheidsbeginsel en de uitleg van de omzetbelastingwetgeving met betrekking tot de classificatie van magische truffels als geen levensmiddelen voor menselijke consumptie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffing omzetbelasting op magische truffels bevestigd.