Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Verstandelijke beperking
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene was op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) inbewaring gesteld en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling. De medische verklaring was opgesteld door een psychiater die betrokkene had onderzocht en een verstandelijke beperking had vastgesteld, mede gebaseerd op een psychologisch onderzoek van zeven jaar geleden.
De rechtbank Oost-Brabant wees het verzoek van het CIZ toe en oordeelde dat een psychiater als ter zake kundige arts kan worden aangemerkt en dat de medische verklaring voldoende was onderbouwd. Betrokkene stelde cassatie in tegen dit oordeel, stellende dat alleen een arts verstandelijk gehandicapten of specialist ouderengeneeskunde als ter zake kundige arts kan optreden en dat de medische verklaring onvoldoende inzicht gaf in de actuele situatie.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever met de Wzd niet heeft beoogd de bevoegdheid van psychiaters te beperken en dat een psychiater als ter zake kundige arts kan worden aangemerkt. Echter, de medische verklaring voldeed niet aan de eis van voldoende inzicht in de actuele situatie van betrokkene, omdat deze onvoldoende onderbouwd was en te veel steunde op een oud psychologisch onderzoek.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij een betere onderbouwing van de medische verklaring vereist is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende onderbouwing van de medische verklaring door de psychiater.