ECLI:NL:HR:2026:561

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
24/02867
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.2 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak mishandeling met zwaar lichamelijk letsel bevestigd door Hoge Raad

De zaak betreft een mishandeling in een café waarbij de verdachte een ander in het gezicht stompte, wat resulteerde in gebitschade. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof Amsterdam oordeelde echter dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel en wees de verdachte aan als dader.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De klachten betroffen de motivering van het bewezenverklaarde daderschap en het bewijs van zwaar lichamelijk letsel. De Hoge Raad concludeerde dat het hof de verklaringen van de aangever en getuige A terecht als uitgangspunt had genomen, ondanks tegenstrijdige verklaringen van andere getuigen.

Het hof had vastgesteld dat twee tanden volledig uit de kaak waren geslagen en een derde tand loszat, met blijvende gevolgen zoals pijnlijke behandelingen, werkverzuim en functionele beperkingen. De Hoge Raad vond de motivering van het hof toereikend en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd op 7 april 2026 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vrijspraak werd bevestigd.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02867
Datum7 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2024, nummer 23-001936-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.A.C. Frijns bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

2.1
De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) het bewezenverklaarde. Het eerste cassatiemiddel betreft het daderschap van de verdachte. Het derde cassatiemiddel ziet op het bewijs van zwaar lichamelijk letsel.
2.2
De cassatiemiddelen falen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2 en 4.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 april 2026.