Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 april 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandeling in een café waarbij de verdachte een ander in het gezicht stompte, wat resulteerde in gebitschade. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken. Het hof Amsterdam oordeelde echter dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel en wees de verdachte aan als dader.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De klachten betroffen de motivering van het bewezenverklaarde daderschap en het bewijs van zwaar lichamelijk letsel. De Hoge Raad concludeerde dat het hof de verklaringen van de aangever en getuige A terecht als uitgangspunt had genomen, ondanks tegenstrijdige verklaringen van andere getuigen.
Het hof had vastgesteld dat twee tanden volledig uit de kaak waren geslagen en een derde tand loszat, met blijvende gevolgen zoals pijnlijke behandelingen, werkverzuim en functionele beperkingen. De Hoge Raad vond de motivering van het hof toereikend en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd op 7 april 2026 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de vrijspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.