Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:512

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
24/03850
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 308.1 SrArt. 359a SvArt. 359.2 SvArt. 359.3 SvArt. 359.8 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak zware mishandeling door hondenaanvallen

De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die zijn pitbulls onaangelijnd en zonder toezicht over straat liet lopen, waarna deze meerdere malen een aangever aanvielen en beten, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte hiervoor veroordeeld.

Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de honden onrechtmatig in beslag waren genomen, en dat verklaringen van getuigen niet bruikbaar waren. Ook werden klachten geuit over ontbrekende bewijsmiddelen en de wijze waarop het hof de bewijsvoering had gewogen.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03850
Datum31 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2024, nummer 21-000717-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. van Viegen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 maart 2026.