Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van 401 kilo cocaïne vanuit China naar Rotterdam, het voorhanden hebben van 3 kilo cocaïne en 54 kilo procaïne in een gehuurde woning, en voorbereidingshandelingen met betrekking tot het bewerken van cocaïne.
De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder een bewijsklacht over het opzet op medeplegen en het voorhanden hebben van de drugs. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatie-uitspraak pas na meer dan zestien maanden volgde terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis zat.
Dit leidde tot vernietiging van het deel van het hofarrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en vermindering van de straf van 54 maanden naar 52 maanden. Het overige cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 54 naar 52 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.