Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:430

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
24/02740
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138ab SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor computervredebreuk via e-mailaccount ex-man

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens computervredebreuk, omdat zij zich via de laptop van haar ex-man toegang had verschaft tot zijn e-mailaccount en bestanden zonder zijn toestemming. Zij had vertrouwelijke e-mailberichten verzonden, documenten ingezien en sommige e-mails en bestanden verwijderd, in strijd met artikel 138ab lid 1 sub c van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat zij met behulp van een valse sleutel het geautomatiseerde werk was binnengedrongen. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de zaak inhoudelijk te motiveren, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest van het hof Amsterdam bleef daarmee in stand. De Hoge Raad bevestigde de strafrechtelijke kwalificatie van het handelen van de verdachte als computervredebreuk en verwierp het beroep in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 17 maart 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor computervredebreuk blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02740
Datum17 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2024, nummer 23-003330-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 maart 2026.