Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
17 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie verwierp. Dit beroep was gebaseerd op het feit dat een deel van de administratie die onder verdachte in beslag was genomen, vermoedelijk in het ongerede was geraakt.
Het hof oordeelde dat dit niet leidde tot een ongelijk speelveld en dat het recht van verdachte op een eerlijk proces niet was geschonden, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het hof dit voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen sprake is van een onjuiste rechtsopvatting.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, maar dat gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden geen aanleiding bestaat om hieraan rechtsgevolgen te verbinden. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM wordt afgewezen.