Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor diefstal van een fopspeen uit een supermarkt. De verdediging voerde aan dat de verdachte als kwetsbaar moest worden aangemerkt vanwege psychische problemen en dat zij voorafgaand aan het eerste politieverhoor geen advocaat heeft kunnen raadplegen, waardoor haar verklaring onrechtmatig als bewijs werd gebruikt.
Het hof Amsterdam verwierp dit verweer en oordeelde dat er geen concrete feiten waren die de politie verplichtten de verdachte als kwetsbaar te beschouwen en dat de verdachte rechtsgeldig afstand had gedaan van haar recht op rechtsbijstand. Het hof legde vervolgens geen straf op, maar verklaarde de verdachte schuldig zonder strafoplegging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verdachte niet als kwetsbaar moest worden aangemerkt en waarom de afstand van rechtsbijstand rechtsgeldig was. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie over het recht op rechtsbijstand van kwetsbare verdachten en de voorwaarden voor geldige afstand daarvan.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de zaak met betrekking tot de diefstal betreft en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en beslissing. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende motivering over het recht op rechtsbijstand van een kwetsbare verdachte.