Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een klaagschrift ingediend door klaagster tegen beslag op een auto die op naam stond van een ander, in verband met verdenking van rijden zonder rijbewijs. De auto was inmiddels bij onherroepelijk vonnis verbeurdverklaard in een strafzaak tegen die andere persoon.
De rechtbank Rotterdam had het klaagschrift behandeld als bedoeld in artikel 552a Sv, maar de Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist was. Volgens de advocaat-generaal moet een klaagschrift dat betrekking heeft op voorwerpen die inmiddels bij uitvoerbare beslissing verbeurdverklaard zijn, worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.
Omdat de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 552b.2 Sv niet bevoegd was om het klaagschrift te behandelen, had zij de stukken moeten doorzenden naar het bevoegde gerecht. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de stukken worden gezonden naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak door naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling.