Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Ten aanzien van het onbevoegd afgeven van de crisismaatregel door de burgemeester
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene werd op 19 december 2024 onderzocht door een onafhankelijke psychiater die een medische verklaring opstelde met het vermoeden van een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt. Op dat moment verbleef betrokkene in een GGZ-instelling in plaats 1, maar werd later die dag overgeplaatst naar een accommodatie in plaats 2. De burgemeester van Haarlem nam op 20 december 2024 een crisismaatregel ten aanzien van betrokkene.
Betrokkene stelde beroep in tegen deze crisismaatregel, stellende dat de burgemeester van Haarlem niet bevoegd was omdat betrokkene zich op het moment van de maatregel in een andere gemeente bevond. De rechtbank oordeelde echter dat de burgemeester van Haarlem bevoegd was, omdat de medische verklaring was ingediend toen betrokkene zich nog in die gemeente bevond en overleg tussen burgemeesters noodzakelijk is bij overplaatsing.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de bevoegdheid van de burgemeester wordt bepaald op het moment van indiening van de medische verklaring, niet op het moment van het nemen van de crisismaatregel. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de wet geen beslistermijn aan de burgemeester oplegt voor het nemen van een crisismaatregel, ook niet als de maximale duur van tijdelijke verplichte zorg is overschreden.
Het beroep van betrokkene werd verworpen, waarmee de crisismaatregel van de burgemeester van Haarlem rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de burgemeester bevoegd is een crisismaatregel te nemen op basis van de plaats van betrokkene bij het indienen van de medische verklaring, ook bij latere overplaatsing, en dat er geen beslistermijn geldt.