Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:327

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
23/03931
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 lid 1 SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen diefstal dashboardonderdelen uit auto

In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte medepleger was van de diefstal van dashboardonderdelen uit een auto door middel van braak. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het hof Amsterdam oordeelde anders en veroordeelde hem. Het hof baseerde zich op bewijs dat verdachte en een medeverdachte 's nachts een half uur op een vakantiepark rondliepen waar de auto stond geparkeerd. Kort daarna werden de gestolen onderdelen uit een bus gegooid waarin zij vertrokken.

De verklaring van verdachte dat hij alleen was om de medeverdachte op te halen, verwierp het hof als ongeloofwaardig, mede vanwege camerabeelden waarop te zien was dat zij wegrenden bij het zien van politie. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatiemiddel faalt.

De advocaat-generaal had weliswaar geconcludeerd tot vermindering van de strafduur, maar de Hoge Raad beperkt zich tot het verwerpen van het beroep. Tevens constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar ziet geen aanleiding voor een ander rechtsgevolg. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen diefstal met een gevangenisstraf van drie maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03931
Datum3 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-002667-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 maart 2026.