ECLI:NL:HR:2026:314
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres.
Het griffierecht is echter niet betaald. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 27 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.