ECLI:NL:HR:2026:31

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
24/02736
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor dood door schuld in het verkeer bij achteruitrijden bestelauto

In deze zaak stond de verdachte terecht voor dood door schuld in het verkeer nadat hij in 2021 in Den Haag als bestuurder van een bestelauto achteruitreed en daarbij een oudere vrouw met een rollator aanreed, die hierdoor overleed.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gehandeld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Daarnaast betwistte hij de strafmotivering, met name het meewegen van het ontbreken van spijt of medeleven in hoger beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef. De opgelegde straf bestond uit een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor één jaar.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor dood door schuld met taakstraf, hechtenis en rijontzegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02736
Datum13 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 juli 2024, nummer 22-000045-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 januari 2026.