Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:30

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
24/04201
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 381 lid 1 SvArt. 81 lid 1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in bedreiging buurtbewoner met messen

De zaak betreft een bedreiging met messen tijdens een burenruzie, waarbij de verdachte in hoger beroep niet werd bijgestaan door een raadsman en het hof hem niet-ontvankelijk verklaarde wegens afstand van rechtsmiddelen. De verdachte stelde dat hij zich in eerste aanleg niet gehoord voelde en in de war was, maar het hof oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden vormden om de afstand van rechtsmiddelen niet rechtsgeldig te achten.

De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof Den Haag van 8 november 2024. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper. Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04201
Datum13 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 november 2024, nummer 22-000812-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten I.A. van Straalen en N.J.B. Vegelien bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 januari 2026.