ECLI:NL:HR:2026:276

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
25/02622
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

A.F.M.J. Verhoeven stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025. De griffier van de Hoge Raad wees de indiener bij aangetekende brief op 28 augustus 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres.

Het griffierecht werd echter niet voldaan. Vervolgens ontving de indiener op 26 september 2025 een tweede aangetekende brief waarin hij werd verzocht te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief werd afgeleverd, maar de indiener maakte geen gebruik van deze gelegenheid.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 20 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02622
Datum20 februari 2026
ARREST
op het door A.F.M.J. Verhoeven ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025, nr. SGR 24/7890 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 28 augustus 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief van 26 september 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift opgegeven adres. De indiener van het beroepschrift heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb nietontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.