ECLI:NL:HR:2026:248
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 2 september 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 21 november 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling.
De brief werd volgens Track&Trace afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan. Op 22 december 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Tevens werd een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 13 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.