Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:222

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
23/01700
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h SvVerordening (EG) 1107/2009
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak profijtontneming gewasbeschermingsmiddel

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door het op de markt brengen van een gewasbeschermingsmiddel dat niet overeenkomstig Verordening (EG) 1107/2009 in Nederland is toegelaten.

De betrokkene heeft het cassatieberoep ingesteld, maar heeft geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet is voldaan aan de wettelijke verplichting om binnen de termijn cassatiemiddelen in te dienen, zoals bepaald in artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering.

De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 10 februari 2026, waarbij de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper het arrest hebben gewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01700 P
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 19 april 2023, nummer 23-002643-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.