ECLI:NL:HR:2026:215

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
24/03226
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300.1 SrArt. 359.2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en verwerpt cassatie mishandeling ex-partner

In deze strafzaak stond de mishandeling van de ex-partner van verdachte centraal. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde anders en veroordeelde hem. Het cassatieberoep richtte zich op de bewijswaardering en de motivering van het hof.

De verdediging voerde aan dat verdachte op het moment van het delict elders was, wat volgens artikel 359 lid 2 Sv Pro tot vrijspraak zou moeten leiden. Daarnaast werd geklaagd over de redengevendheid van een aanvullende getuigenverklaring die het hof als bewijsmiddel had gebruikt.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de door verdachte aangevoerde feiten terecht als onvoldoende bewijs (u.o.s.) heeft opgevat, maar vervolgens gemotiveerd heeft waarom het wel voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig acht. De verklaring van de aangeefster en twee getuigen werd zwaarder gewogen dan de verklaringen van buren. Ook de aanvullende verklaring van getuige A werd op juiste wijze betrokken bij de bewijswaardering.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel niet leidt tot cassatie en verwerpt het beroep. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03226
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2024, nummer 21-004030-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het in de zaak met parketnummer 05104661-23 bewezenverklaarde.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.