ECLI:NL:HR:2026:195
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek persoonsgebonden scholingsuitgave en verwijst zaak terug
De zaak betreft een geschil tussen de Staatssecretaris van Financiën en belanghebbende over de aftrek van persoonsgebonden scholingsuitgaven in het kader van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het geschil spitst zich toe op het tijdstip van betaling van collegegeld aan een universiteit, dat verband houdt met een aanvraag van een verblijfsvergunning voor studie.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Belanghebbende stelde tevens incidenteel beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep slaagden, mede gelet op de rechtsoverwegingen in een gelijktijdig gewezen arrest (ECLI:NL:HR:2026:84). Daarom kon het arrest van het hof niet in stand blijven en werd het vernietigd. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad.
Ten aanzien van de proceskosten werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende in cassatie heeft moeten maken. De verdere kostenvergoedingen voor eerdere procedures worden door het verwijzingshof beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.