Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 februari 2026.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op bewezenverklaarde feiten van medeplegen van drugshandel, medeplegen witwassen en gewoontewitwassen. De methode van eenvoudige kasopstelling werd toegepast conform artikel 36e lid 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht.
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, waarbij zijn advocaat een cassatiemiddel indiende. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren, waarbij het beroep werd verworpen. Hiermee blijft het vonnis van het hof in stand en wordt de ontnemingsvordering bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijft in stand.