Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:188

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
24/02918
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 45 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep poging tot uitvoer van cocaïne

De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot het buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, in strijd met de Opiumwet. Tegen dit arrest stelde de betrokkene cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde onder meer of uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat er een begin van uitvoering was van het ten laste gelegde misdrijf. Het cassatiemiddel dat dit betwistte, faalde op grond van de motieven die de Hoge Raad in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2026:189) heeft gegeven.

Ook de overige cassatieklachten werden door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot uitvoer van cocaïne blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02918
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003526-22, in de strafzaak
tegen
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de betrokkene hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde poging tot het buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne. Het voert daartoe aan dat uit de bewijsvoering niet een begin van uitvoering van dat misdrijf kan worden afgeleid.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 24/02860, ECLI:NL:HR:2026:189.

3.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.