Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
3 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. Na een herstelbeslissing waarbij het onderzoek werd geschorst, werd de verdachte opnieuw veroordeeld door het hof op 9 september 2022.
Namens de verdachte werd op 18 maart 2024 cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 9 september 2022. De cassatieakte bevatte echter ook een bijzondere volmacht die het cassatieberoep richtte tegen de herstelbeslissing van 14 maart 2022. In beide gevallen oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep te laat was ingesteld, respectievelijk op grond van artikel 432.1.a en 432.1.c van het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad werd overgenomen. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.