Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 3 februari 2026 uitspraak gedaan in het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 september 2023. De zaak betreft diefstal van elektriciteit en meermalige valsheid in geschrift met betrekking tot huurovereenkomsten. De verdachte betwistte onder meer het oordeel van het hof over het feit dat werkzaamheden aan een onder spanning staande elektriciteitskabel een feit van algemene bekendheid zijn en het oogmerk van misleiding bij valsheid in geschrift.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden naar vijftien maanden en twee weken.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur, vermindert de straf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd naar vijftien maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige klachten worden verworpen.