Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [de vader] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de vader verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 oktober 2024. Het geschil betrof de uitleg van een overeenkomst waarbij onduidelijk was of sprake was van een geldlening of een schenking.
De vader had eerder procedures gevoerd bij de rechtbank Noord-Nederland en het gerechtshof, waarbij het hof zijn standpunt verwierp. De Hoge Raad heeft de klachten van de vader over het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De vader is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof en sluit het geschil af met een verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.