Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
30 januari 2026.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag betreffende een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De klachten betreffen onder meer overschrijding van de beslistermijn, het niet invullen van de zorgkaart en de eisen aan de medische verklaring.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen motivering vereist omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank inzake de zorgmachtiging zonder nadere motivering.