Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
6 januari 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd veroordeeld voor autodiefstallen met geweld en beïnvloeding van getuigenverklaringen, stelde de verdediging meerdere bewijsklachten aan de orde, waaronder de betrouwbaarheid van visuele en auditieve herkenningen en de uitsluiting van getuigenverklaringen.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het hofarrest op deze gronden. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden.
Als gevolg daarvan vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verminderde de opgelegde gevangenisstraf van acht jaar naar zeven jaar en acht maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. De uitspraak vond plaats op 6 januari 2026.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van acht jaar naar zeven jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.