Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een professionele bewindvoerder aanspraak kan maken op een extra forfaitaire vergoeding van €388 voor werkzaamheden in verband met de verhuizing van de rechthebbende, wanneer er geen mentor is die de verhuizing ondersteunt.
De feiten zijn dat de kantonrechter in 2017 bewind had ingesteld over de rechthebbende en dat Veritas in 2018 als opvolgend bewindvoerder was benoemd. De rechthebbende is in november 2024 verhuisd zonder dat er een mentor was die kon ondersteunen. Veritas verzocht om een extra vergoeding voor de administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing, maar dit verzoek werd door de kantonrechter en het hof afgewezen omdat Veritas onvoldoende had onderbouwd welke werkzaamheden zij had verricht en omdat administratieve werkzaamheden volgens het hof tot de normale taken van een bewindvoerder behoren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de forfaitaire vergoeding niet toekwam bij uitsluitend administratieve werkzaamheden rondom een verhuizing zonder mentor. De regeling beoogt een forfaitair systeem waarbij de vergoeding geldt als gemiddelde en administratieve afhandeling wordt vereenvoudigd. De vergoeding is bedoeld voor situaties waarin de bewindvoerder de verhuizing regelt omdat er geen mentor is. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bepaalde dat Veritas recht heeft op de forfaitaire vergoeding van €388, vermeerderd met btw, ten laste van het vermogen van de rechthebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de bewindvoerder recht heeft op de forfaitaire vergoeding van €388 voor werkzaamheden bij verhuizing zonder mentor.