ECLI:NL:HR:2026:1249

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/02035
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1019h Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoepen in zaak misleidende handelspraktijken en merkenrecht

In deze zaak stonden HP en haar dochterondernemingen tegenover Digital Revolution en haar gelieerde ondernemingen in een geschil over de verkoop van inktcartridges zonder de originele buitenverpakking, waarbij sprake was van misleidende handelspraktijken en merkenrechtelijke kwesties.

De procedure begon bij de rechtbank Den Haag, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Den Haag. HP stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl Digital Revolution incidenteel cassatieberoep instelde. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep.

De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om zowel het principale als het incidentele cassatieberoep te verwerpen met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad volgde dit advies en wees het cassatieberoep van HP en het incidentele cassatieberoep van Digital Revolution af. Tevens werden de proceskosten aan beide zijden toegewezen conform de indicatietarieven voor intellectueel eigendomszaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele cassatieberoep en veroordeelt partijen in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02035
Datum10 juli 2026
ARREST
In de zaak van
1. HP INC.,
gevestigd te Wilmington, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
2. HEWLETT-PACKARD DEVELOPMENT COMPANY, L.P.,
gevestigd te Spring, Texas, Verenigde Staten van Amerika,
3. HP EUROPE B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
4. HP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,
hierna: HP,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
1. DIGITAL REVOLUTION B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. 123 INKT BVBA,
gevestigd te Gent, België,
3. 123 TINTA SL,
gevestigd te Azuquecade Henares, Spanje,
4. INK MAESTRO LIMITED,
gevestigd te Dublin, Ierland,
5. 123 INK AB,
gevestigd te Jordbro, Zweden,
6. 123 DRUKUJ.PL SP. Z O.O.,
gevestigd te Zerniki Wroclawskie, Polen,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna: DR,
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/644311 / KG ZA 23-199 van de rechtbank Den Haag van 14 juni 2023;
b. het arrest in de zaken 200.329.905/01 en 200.332.676/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 april 2025.
HP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DR heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer tot verwerping geconcludeerd.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor DR mede door Th.C.J.A. van Engelen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep en geeft de Hoge Raad in overweging dat te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Partijen zijn overeengekomen dat de kosten in het principale beroep op de voet van art. 1019h Rv kunnen worden begroot op het indicatietarief in IE-zaken Hoge Raad voor een normale zaak als bedoeld in die tarieven. De kosten aan de zijde van DR worden aldus begroot op € 24.000,-- (kosten tot en met schriftelijke toelichting) plus € 3.600,-- (dupliek) en € 2.400,-- (borgersbrief).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt HP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DR begroot op € 30.000,--;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt DR in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HP begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
10 juli 2026.