Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 juli 2026.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal over de bijdrageplicht van ladingassuradeuren aan hulploon in het kader van sleepbootassistentie bij zeevervoer, waarbij ook de toepassing van de York-Antwerp Rules 1994 en de redelijkheid van het hulploon aan de orde waren.
Glencore c.s. had meerdere beroepen in cassatie ingesteld tegen arresten van het gerechtshof Den Haag, die eerder in het geding waren gewezen. De Hoge Raad heeft de klachten van Glencore c.s. beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Glencore c.s. veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waaronder een bedrag van € 905 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.R. Salomons op 10 juli 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Glencore c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.