ECLI:NL:HR:2026:1229

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/02210
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake aanneming van werk en termijnverlenging

In deze zaak heeft Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling Speciale Projecten B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat betrekking had op een geschil over aanneming van werk, vertraging, termijnverlenging en de uitleg van de overeenkomst.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam voor het procesverloop in de feitelijke instanties. De klachten van Ballast Nedam tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de beoordeling van de klachten niet vereist dat wordt ingegaan op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Ballast Nedam in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een totaal van €19.216,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan.

Het arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron (voorzitter), F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken door F.R. Salomons op 10 juli 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Ballast Nedam wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/02210
Datum10 juli 2026
ARREST
In de zaak van
BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING SPECIALE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: BNB,
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
1. UNIBAIL-RODAMCO NEDERLAND WINKELS B.V.,
gevestigd te Schiphol-Rijk,
2. URW NEDERLAND WINKELS 2 B.V.,
gevestigd te Schiphol-Rijk,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: URW,
advocaten: T. van Tatenhove en R.R. Verkerk.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaken C/13/688387/ HA ZA 20-845 en C/13/703078/ HA ZA 21-540 van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2022;
b. het arrest in de zaken 200.318.703/01 en 200.318.718/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 maart 2025.
BNB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
URW heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor URW mede door S.E. Berkhof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt BNB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van URW begroot op € 17.016,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien BNB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
10 juli 2026.