Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 juli 2026.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 november 2025, waarin werd geoordeeld over de vraag of een onafhankelijke psychiater betrokkene via beeldbellen mocht onderzoeken in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk had gereageerd. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 10 juli 2026.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het psychiatrisch onderzoek via beeldbellen onder de Wvggz toelaatbaar kan zijn wanneer fysiek contact niet redelijkerwijs mogelijk is.