ECLI:NL:HR:2026:1225

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/01148
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141.1 SrArt. 437.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening schriftuur

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Namens de verdachte werd een schriftuur ingediend door advocaat D. Bektesevic. De advocaat-generaal concludeerde echter tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Hoge Raad beoordeelde dat zij alleen cassatiemiddelen kan onderzoeken die voldoen aan de wettelijke vereisten, namelijk een stellige en duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften. De ingediende schriftuur voldeed niet aan deze vereisten en bleef daarom onbesproken.

Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de schriftuur niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman was ingediend, zoals vereist in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kon het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen.

De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en sprak dit arrest uit op 14 juli 2026. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van procesvoorschriften in cassatieprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van de schriftuur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/01148
Datum14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001769-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic een schriftuur ingediend.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2.Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juli 2026.