ECLI:NL:HR:2026:1208

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
25/01299
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 48 SrArt. 359 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in medeplichtigheid aan diefstal met valse sleutels

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van diefstal met behulp van valse sleutels van een bus. In cassatie stelde de verdachte dat uit het dossier niet blijkt dat hij op de uitkijk stond of in contact was met de medeverdachten die de bus meenamen. Hij voerde aan dat hij slechts mee was gegaan en in de auto bleef zitten, waardoor niet kon worden gezegd dat hij de diefstal heeft bevorderd.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van de Hoge Raad werd gewezen door vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer. Het beroep van de verdachte werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/01299
Datum14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001816-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 juli 2026.