Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, waarin de verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie, medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt en openlijke geweldpleging.
In cassatie werden klachten geuit over het bewijs van opzet op deelneming aan de criminele organisatie en over de strafmotivering, waaronder de opgelegde gevangenisstraf van 18 maanden. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een gevangenisstraf van 18 maanden.