Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 juli 2026.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de uitvoer van ongeveer 102 gram cocaïne naar België centraal, waarbij verdachte werd vervolgd op grond van artikel 2.A van de Opiumwet. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 24 juli 2024 een arrest gewezen waarin het recht op consultatiebijstand tijdens de voorgeleiding bij de (hulp) officier van justitie werd besproken.
De verdachte stelde in cassatie dat zijn recht op consultatiebijstand was geschonden, maar het hof oordeelde dat er geen sprake was van een verhoorsituatie en dat het recht op consultatiebijstand niet was geschonden. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over de uitvoer van cocaïne en het recht op consultatiebijstand.