Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Na terugwijzing van de zaak heeft het hof Amsterdam de verdachte veroordeeld voor het meermalen medeplegen van mensenhandel, tegen welke veroordeling het huidige cassatieberoep zich richt. De procesgang na terugwijzing van de zaak houdt – kort samengevat – in dat de raadsman op 17 oktober 2024 per e- mail een aantal verzoeken tot nader onderzoek heeft gedaan, waaronder het verzoek tot het horen van de medeverdachte [medeverdachte] als getuige. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2024 houdt daarover onder meer in:
verzoek 19) is eerder ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2018 verzocht door de verdediging. In het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 15 en 25 november 2021 lees ik op pagina 3 dat de verdediging in de zaak van [verdachte] afstand heeft gedaan van het horen van [medeverdachte] als getuige, die niet ter terechtzitting aanwezig was. Ik verwijs naar het arrest van uw hof uit 2023 dat ik zojuist heb genoemd en verzoek u dit verzoek om proceseconomische redenen af te wijzen. De verdediging wenst de verdachten in elkaars zaken te horen over de paspoorten. Ik verwijs naar pagina A 06 191 van het procesdossier, waar staat beschreven dat [medeverdachte] tijdens het binnentreden de paspoorten uit een plastic tas uit de kast haalde. Het is duidelijk dat [medeverdachte] wist waar de paspoorten lagen. [verdachte] heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2021 verklaard dat zij bang was dat de aangeefsters zouden vertrekken met haar kinderen. Het is duidelijk dat zij de paspoorten had ingenomen. Daarom zie ik geen noodzaak tot het horen van de verdachten in elkaars zaken.
verzoek 19) wordt
afgewezen. De verdediging heeft in de zaak van [verdachte] reeds ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2021 afstand gedaan van het horen van [medeverdachte] als getuige. Om die reden wordt het verzoek om [medeverdachte] in de zaak van [verdachte] te horen afgewezen. (...) Evenmin ziet het hof in de arresten van de Hoge Raad in onderhavige zaken aanleiding om de verdachten (nogmaals) in elkaars zaak te horen als getuige.”
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
7 juli 2026.