ECLI:NL:HR:2026:1117

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
25/01344
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 lid 1 WVW 1994Art. 457 lid 1 aanhef en onder c SvArt. 472 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij rijden zonder rijbewijs

De aanvrager werd door de kantonrechter Amsterdam veroordeeld tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, rijden zonder rijbewijs. De aanvraag tot herziening is gebaseerd op het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling, een gegeven dat bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was.

De advocaat-generaal concludeerde tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en adviseerde verwijzing naar het gerechtshof. De Hoge Raad oordeelt dat de gronden in de aanvraag voldoende steun bieden voor het vermoeden van persoonsverwisseling, wat zou hebben geleid tot vrijspraak indien bekend bij de kantonrechter.

Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening conform artikel 472 lid 2 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/01344 H
Datum30 juni 2026
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2023, nummer 96-007523-21, ingediend door P. van Dongen, advocaat in Amsterdam,
namens
[aanvrager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de aanvrager voor overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot hechtenis van twee weken.

2.De aanvraag tot herziening

2.1
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3.De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en tot verwijzing van de zaak naar een gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als is voorzien in artikel 472 lid 2 Sv Pro.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat, als dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2
De door de advocaat-generaal in haar conclusie vermelde gronden geven steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, namelijk dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
4.3
Dat levert het ernstige vermoeden op dat de kantonrechter, als deze hiermee bekend zou zijn geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. Er is dus sprake van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de kantonrechter;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op de voet van artikel 472 lid 2 Sv Pro opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2026.