ECLI:NL:HR:2026:1101
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende door haar op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing. De zaak betrof een geschil over de heffing van belasting en de toepassing daarvan op belanghebbende.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.