ECLI:NL:HR:2026:1092
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Stichting X heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 mei 2024, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betreft de door belanghebbende op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak, en de Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van Stichting X wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.