ECLI:NL:HR:2026:1085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof door belanghebbende op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.