ECLI:NL:HR:2026:1071
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over een door belanghebbende betaalde verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De proceskosten zijn niet aan belanghebbende opgelegd. Het arrest is op 26 juni 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Deze uitspraak bevestigt de uitspraak van het hof en sluit het geschil over de verhuurderheffing definitief af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.