ECLI:NL:HR:2026:1067
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over door belanghebbende op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.