ECLI:NL:HR:2026:1037
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake door haar op aangifte betaalde bedragen aan verhuurderheffing. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.