ECLI:NL:HR:2026:1018
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake verhuurderheffing
Stichting X heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juli 2024, waarin het hoger beroep van Stichting tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof een door Stichting op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.
De Hoge Raad heeft de klachten van Stichting beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Het arrest is op 26 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.