Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte wegens uitkeringsfraude heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 september 2024 een arrest gewezen. Verdachte stelde in cassatie dat het hof onjuist had gehandeld door niet toe te passen artikel 416 lid 2 Sv Pro, omdat hem was medegedeeld dat de zaak zou worden aangehouden.
De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest van de Hoge Raad is gewezen op 23 juni 2026 door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren. Het beroep van verdachte is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.