Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
3.Beslissing
23 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de klaagster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die haar klaagschrift niet-ontvankelijk verklaarde. Het klaagschrift betrof een beslag op een samenwerkingsovereenkomst in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en witwassen.
De Hoge Raad overwoog dat klaagster en medeklager geen verschoningsgerechtigden zijn en dat niet is gebleken dat het advocatenkantoor zich op het verschoningsrecht heeft beroepen. Hierdoor kon de rechtbank het klaagschrift terecht niet-ontvankelijk verklaren.
De cassatiemiddelen van klaagster waren tevergeefs voorgesteld, waardoor de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kon nemen. De motieven voor deze beslissing zijn opgenomen in een samenhangende beschikking (ECLI:NL:HR:2026:1007).
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 23 juni 2026.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard en niet in behandeling genomen.