Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:1006

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
24/04008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen beslag op kleding en gereedschap bij diefstal

In deze zaak heeft de klager cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin beslag was gelegd op kledingstukken en gereedschappen die in verband stonden met een verdenking van diefstal.

De kern van het geschil betrof de vraag of de rechtbank de klager als beslagene en daarmee als belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering had moeten aanmerken, en of de juiste maatstaf was toegepast bij de beoordeling van het beslag.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had overwogen dat op basis van het dossier aanwijzingen bestonden dat een deel van de in beslag genomen goederen afkomstig was van diefstal. Dit rechtvaardigde het voortduren van het beslag en het niet teruggeven van de goederen aan de klager, omdat het belang van de strafvordering zwaarder woog.

De Hoge Raad volgde de conclusie van de advocaat-generaal en verwierp het cassatieberoep, waarmee de beslissing van de rechtbank in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op kleding en gereedschap blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/04008 B
Datum23 juni 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2024, nummer RK 24/014769, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen klagen dat de rechtbank de klager, voor zover het gaat om inbeslaggenomen kledingstukken en gereedschappen, ten onrechte niet als beslagene en dus als belanghebbende in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering heeft aangemerkt en dat de rechtbank bij haar beoordeling niet de juiste maatstaf heeft aangelegd.
2.2
De cassatiemiddelen kunnen niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.5.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2026.